Binnenkort weer geopend!

We tellen af tot onzeheropeningop 3 & 4 oktober.

Zien we je dan?

--dagen
:
--uur
:
--min
:
--sec

Dirigent Hartmut Haenchen over Bachs Weihnachtsoratorium

‘Iedere grote compositie is zo sterk dat je er open in moet gaan’

Voor vaste gastdirigent Hartmut Haenchen (83) is Bachs Weihnachtsoratorium geen werk dat ooit vanzelfsprekend wordt. Integendeel. Daarvoor is de muziek te rijk, te gelaagd. Hoe vaak hij zich ook opnieuw over de partituur buigt, het blijft een compositie die zich telkens weer anders laat zien.  
 
Dit seizoen leidt hij bij het Noord Nederlands Orkest delen 1, 4, 5 en 6 van het beroemde werk. Een bijzonder programma, want juist die selectie laat niet alleen de feestelijkheid van het kerstverhaal horen, maar ook de schaduwzijde ervan. En dat maakt het werk volgens hem, bijna driehonderd jaar na dato, nog altijd actueel.

Geen routine 

Haenchen kent het Weihnachtsoratorium al bijna zijn hele leven. Als kind maakte hij er kennis mee, later zong hij het vaak mee en vertolkte hij zelfs baritonsolo’s uit het werk. Ook zijn eerste ervaring als dirigent van het werk gaat ver terug. “De eerste keer was in Berlijn, eind jaren zeventig of rond 1980”, vertelt hij. “Maar ik ken het stuk al meer dan zeventig jaar.”
 
Juist omdat hij het werk zo goed kent, wil Haenchen voorkomen dat het vanzelfsprekend wordt. Voor iedere nieuwe uitvoering begint hij helemaal opnieuw. “Ik gooi mijn oude partituur weg en pak een nieuwe”, vertelt hij. “Dan maak ik opnieuw aantekeningen en vraag ik mezelf af: wat heb ik geleerd, wat zie ik nu anders, wat wil ik anders doen? Dat is juist het mooie aan een werk dat je vaker in je leven tegenkomt.” Die houding zegt veel over hoe hij naar muziek kijkt. Een meesterwerk ligt nooit vast, maar blijft in beweging. Ook een werk dat je al tientallen jaren kent, vraagt om een frisse blik.
 

Geen avondvullend werk, maar zes cantates 

Wie het Weihnachtsoratorium nu in de concertzaal hoort, ervaart het vaak als één groot geheel. Toch is dat historisch gezien niet helemaal juist. “Bach heeft het oorspronkelijk niet als één doorlopend werk geschreven”, legt Haenchen uit. “Het gaat om zes afzonderlijke cantates, bedoeld voor zes verschillende feestdagen tussen 25 december en 6 januari. In zijn tijd werd het dan ook niet als één groot concertwerk op één avond uitgevoerd.” 
 
Dat neemt niet weg dat Bach de delen wel degelijk tot een samenhangend geheel smeedde. Juist die combinatie van afzonderlijke episodes en een doorlopende verhaallijn maakt het werk volgens Haenchen zo bijzonder.
 

Bach en drama 

Volgens Haenchen toont Bach zich in het Weihnachtsoratorium vernieuwend in de manier waarop hij evangelietekst, koralen, aria’s en beschouwende delen met elkaar verweeft. In Leipzig werd Bach er in zijn tijd weleens van beschuldigd dat hij te veel opera in zijn kerkmuziek verwerkte. Haenchen begrijpt wel waar dat vandaan komt. “In zoverre klopt dat wel: hij nam de stijlmiddelen van de opera uit zijn tijd volledig over.” 

Waarom juist deze vier delen? 

Voor Haenchen stond één keuze eigenlijk meteen vast: de eerste cantate moest in het programma komen. “Dat is die beroemde opening en die zet meteen de toon. Daarmee zit je direct midden in die feestsfeer.” Tegelijk wilde hij het niet laten bij alleen de uitbundigheid van de geboorte. Juist het vervolg van het verhaal vond hij belangrijk om mee te nemen in deze selectie. “Wat er daarna gebeurt, met de koningen, met Herodes, en ook dat erge: dat Herodes het kind wil laten vermoorden.” 
 
Volgens hem krijgt het Weihnachtsoratorium juist daar een extra laag. Het is niet alleen een werk vol licht, lofzang en feestelijkheid, maar laat ook zien hoe dicht vreugde en dreiging soms naast elkaar liggen. “Dan kom je toch weer in de actualiteit terecht”, zegt hij. Daarmee onderstreept Haenchen dat deze muziek, hoe oud ook, nog altijd raakt aan thema’s van nu: macht, angst, geweld en onschuld.
 

Voor mensen van nu 

Haenchen gelooft niet in een absoluut authentieke uitvoering. Niet omdat historische kennis onbelangrijk is, maar omdat iedere uitvoering onvermijdelijk plaatsvindt in het hier en nu. “Een authentieke uitvoering bestaat niet, omdat we geen authentiek publiek hebben”, zegt hij. “We spelen voor mensen van nu, en niet voor mensen uit het jaar 1734.” 
 
Dat betekent dat je als dirigent rekening moet houden met moderne oren, moderne instrumenten en een andere tijdgeest. De achtergrond van luisteraars is veranderd, net als hun manier van luisteren. “Precies daarom blijft het nodig om de muziek opnieuw te doordenken en opnieuw tot leven te brengen”, besluit hij.  
Onze nieuwsbrief ontvangen?

Inschrijven nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte van nieuwe voorstellingen, aanbiedingen en nog veel meer!
Welke nieuwsbrief wil je ontvangen?

Mis niets: het laatste theaternieuws, updates en info over nieuwe kaartverkoop in je inbox.

Een wekelijkse update en tips voor iedereen tussen 12 en 29 jaar.

Aanmelden

Zoeken

Agenda

Pagina's

Laat je inspireren