Meer dan melancholie
Hij was zijn zestien toen zijn vader veel te vroeg overleed, maar de herinneringen van Marijn aan Frans Halsema (1939-1984) zijn springlevend.
,,Toen Albert Verlinde mij benaderde met het idee voor een musical over mijn vader vond ik dat vanzelfsprekend een grote eer. Tegelijk zei ik dat het beeld van Frans door de jaren heen tamelijk eenzijdig is geworden: Frans Halsema, de melancholicus, de poëet, de filosoof… Zeker, dat zat in zijn werk, maar in het dagelijks leven was hij helemaal niet zo’n serieuze, sombere man. Hij was juist ontzettend vrolijk, enthousiast en uitgelaten. Frans kon enorm veel plezier hebben. Dat is voor mij belangrijk om te vertellen, omdat ik hem als kind vooral op die manier kende.”
Een ode aan de kleinkunst
Voor Haar heet de musical over het leven van Frans Halsema, naar het liedje uit 1977 waarmee de zanger en cabaretier sinds 1999 onafgebroken in de Top 2000 staat. Maar ook met Vluchten kan niet meer (het iconische duet met Jenny Arean), Zondagmiddag Buitenveldert en Kees verwierf hij grote bekendheid bij het Nederlandse publiek. Met zijn vroegtijdige dood stierf niet alleen een getalenteerd en geliefd artiest, maar ook een van de schatbewaarders van het typisch vaderlandse kleinkunstlied uit de jaren 60 en 70.
,,En juist die periode willen we op het toneel tot leven wekken”, zegt producent Albert Verlinde. ,,Voor Haar is niet alleen een ode aan Frans Halsema en zijn eigenzinnige kijk op een veel te kort leven, maar ook een loflied op de kleinkunst uit die periode. De tijd van de musicals van Annie M.G. Schmidt, van Wim Kan, cabaret Lurelei, van Jasperina de Jong en Gerard Cox.”
Verlinde produceerde eerder biografische musicals over Toon Hermans, Ramses Shaffy en Wim Sonneveld. ,,Het moet in dit genre iemand zijn die je kent, die ergens in je hart zit en die muziek heeft waarvan je meteen zegt: o ja! Een artiest bij wie meteen een warm gevoel krijgt. Frans Halsema is die artiest met zijn repertoire.” Met de jonge en veelzijdige Soy Kroon die Frans Halsema vertolkt, heeft de producent een acteur ‘die kan zingen en acteren en de humor bezit om Frans Halsema naar deze tijd te brengen.’ Albert Verlinde: ,,Hij bezit datzelfde stoute van de charmeur Halsema.”
Soy Kroon (31): ,,Frans Halsema behoort tot de iconen van onze theatergeschiedenis. Toch kende ik lang niet al zijn materiaal en zeker niet al zijn liedjes. Toen Albert me vroeg, begon ik me in hem verdiepen. Ik luisterde zijn albums en dacht: verdorie, wat staan daar ontzettend veel mooie nummers op. Het is een eer om als jonge artiest een nieuwe generatie kennis te laten maken met onze kleinkunsthistorie. Er is toen zoveel moois gemaakt - zonde als die schat aan liedjes en sketches nog slechts bij een oudere generatie bekend zijn.”
Een filmische blik
De verrassende keuze voor (film)regisseur Michiel van Erp - Gouden Kalf winnaar en maker van onder meer de succesvolle miniserie Ramses over Ramses Shaffy - als regisseur is volgens Soy Kroon een gouden greep. Het is tevens Van Erps debuut in het musicalgenre. Albert Verlinde: ,,Michiels serie over Shaffy was prachtig, zijn werk voor het Internationaal Theater Amsterdam evenzeer. Michiel kijkt heel goed naar hoe er wordt geacteerd en naar dialogen. Hij brengt hij een heel filmische blik mee. Dat maakt Voor Haar heel rijk.”
Het tijdsbeeld dat in de musical wordt geschetst moet volgens de producent evenwel niet ontaarden in een ‘Soundmixshow’. Verlinde: ,,De tijdgenoten met wie Frans samenwerkte - Gerard Cox, Jenny Arean, Adele Bloemendaal - komen allemaal voorbij, maar de centrale figuur blijft Halsema. De Nederlandse kleinkunstcultuur kende destijds zulke grote en goede namen. De tekstschrijver met wie Halsema intensief samenwerkte, Michel van der Plas, schreef ook voor Wim Sonneveld, Conny Stuart, Henk Elsink, Wim Kan en Gerard Cox.”
De man achter de muziek
In zijn hoofdrol, vertelt Soy Kroon, zoekt hij naar de balans tussen humor en melancholie, het evenwicht tussen de gevierde cabaretier en de man die soms zelf niet wist hoe jij zijn gevoelens moest uiten. ,,Zijn breuk met Gerard Cox - ze waren een populair duo - is daarin belangrijk. Frans vond dat wat ze samen maakten te plat bleef. Hij wilde verder, dieper, meer naar binnen gericht. Het ging te weinig over hemzelf. Die tegenstelling is mooi: hij wilde iets maken over zijn eigen bestaan, maar zodra hij echt bij zichzelf moest komen, werd het moeilijk. Wanneer hij zijn eigen hart moest onderzoeken, kwamen aarzeling en angst.”
,,Frans zei ooit: ‘Twijfel is mijn belangrijkste waarheid’. Voor mij voelt dat als de kern van zijn persoonlijkheid. Hij bleef zoeken. Als hij iets mooi vond, dacht hij al snel dat het nóg mooier kon. Altijd het gevoel dat je er nog niet bent. Zijn liefde voor het vak ontstond mede door de gezinsrevues die hij met zijn familie speelde. Toen wist hij al: dit wil ik doen. Hij was, net als ik, een autodidact. Die herkenning vind ik leuk.
,,Frans zoon wilde niet dat we hem als heilige zouden portretteren. Wees eerlijk over wie hij was, hoe zijn leven eruitzag. Marijn is ook in het stuk verweven. Je ziet Frans ouder worden en een kind krijgt. Dat maakt het verhaal persoonlijker. Niet alleen de artiest en zijn carrière, maar ook de vader en de mens. Als ik Frans in een paar woorden moet typeren kom ik uit bij twijfel, weemoed, liefde en passie. Hij was kwetsbaar. Dat voel je in zijn liedjes. Misschien kon hij bepaalde dingen niet rechtstreeks uiten tegenover de mensen om hem heen, maar lukte dat wel via muziek. Hij kon ook egoïstisch overkomen, omdat hij grote dromen had en zijn eigen weg wilde volgen. Dat is een moeilijke opdracht: ik wil hem niet neerzetten als een egotripper, maar wil ook niet verbergen dat zijn keuzes gevolgen hadden voor anderen.”
Natuurlijk, ook de later verstoorde verhouding tussen Halsema en Cox komt aan bod in de musical. ,,Dat hoort bij het oprechte portret. Gerard heeft hem destijds die breuk niet zomaar vergeven. Maar in de voorstelling ontmoeten ze elkaar opnieuw. Ze hebben elkaar op Frans ziekbed nog getroffen en beloofd samen weer een voorstelling te maken als Frans beter was. Dat is een ontroerende lijn in de voorstelling omdat er uiteindelijk ook vergeving in zit.”